Geschiedenis van Noord-Brabant/Endivia

Noord-Brabant werd in 1920 gesticht door Carlos Stas, Hendrik Elias en M. Marthély. Ze noemden zichzelf een navetteursclub, d.w.z. een club van spoorstudenten uit het noorden van Vlaams-Brabant. het wervingsgebied situeerde zich in de vierhoek Brussel - Leuven - Aarschot - Mechelen. Over de eerste zes jaren is er weinig bekend. In de jaren '20 en '30 groeide Noord-Brabant uit tot een stijlvolle club met een veertigtal leden. De maandelijkse vergaderingen (zoals in die tijd de gewoonte was bij clubs) werden meestal gehouden in de buurt van Zaventem en Vilvoorde. Men hield schitterende rollingen door heel Brabant, prachtige cantussen, speechavonden en pensenavonden. Het clubcafé in de tijd was de Patria. Als de clubavonden te Leuven gehouden werden, gingen ze door het in het café van het Studentenhuis. Wim Aelvoet, lid van Noord-Brabant en praeses van de Brabantse Gilde, schopte het zelfs tot senior seniorum en Verbondspraeses. In 1940 werd het volledige bestuur verkozen voor het volgende academiejaar, zo goed hadden ze het gedaan. Ook tijdens de oorlogsjaren was Noord-Brabant zeer actief. Het aantal leden groeide aan tot 45, wellicht omdat meer studenten toen thuis bleven i.p.v. op kot te gaan. In 1943 stond de club aan de rand van het bankroet, maar nadat de jaarlijkse thé-dansant uiteindelijk met toestemming van de Duitsers toch was doorgegaan, waren deze problemen opgelost. Het jaar erna moesten alle studenten hun fietsen inleveren bij de Weermacht, maar de praeses van Noord-Brabant kreeg gedaan dat zijn leden dat niet moesten. Gedurende de hele jaren '50 en '60 streed Noord-Brabant met de Payotten om het praesesschap van de Brabantse Gilde. Slechts sporadisch kon een KSC'er of een Lovaan het lint bemachtigen. Ook bezat Noord-Brabant één van de beste voetbalploegen uit het Leuvense, getuige de regelmatige 20-0-uitslagen tegen andere clubs. Einde jaren '50 huisde Noord-Brabant in de Romance. In de jaren '60 begon het de verkeerde kant op te gaan: de dopen werden alsmaar vortiger (getuige de foto's in het studentenarchief) en het aantal leden daalde tot een twintigtal. Het clubcafé in die tijd was de Pallieter. De meeste commilitones in die tijd waren geen spoorstudenten meer, maar zaten te Leuven op kot. Na de meirevolte van '68 daalde het aantal leden naar een twaalftal. Toch werd er in 1970 noch een schitterend bal gegeven te Meise naar aanleiding van het tiende lustrum. Spijtig genoeg was 1970-71 het laatste actieve jaar van de club.

Een aantal jaren was het stil in de Brabantse Gilde. Enkel Bezem Brussel en de Payotten draaiden nog op volle toeren. Na een mislukte heroprichtingspoging in 1982-83 door Klink (Valère Oversteyns, oud-praeses Lovania en oud-senior seniorum), werd een nieuwe poging gedaan tijdens het academiejaar 1989-90. Pieter De Schouwer (Spinosj) werd de eerste praeses. De eerste leden waren ook al allemaal commilito van Ons Hageland, in die tijd de grootste en zwaarste club van Leuven. Spoedig kwamen er nog enkele mensen van Mechlinia en Dolce Far Niente bij. Noord-Brabant was dan ook een zeer zware club en ging bijna ten onder toen de eerste lichting afstudeerde (of stopte met de studies). Ook Dolce Far Niente verdween in die tijd. In 1991 organiseerde Geert Mijten (Koekoek) een lustrumbal te Diest, maar dit werd een financiële flop. Hij moest aftreden en werd opgevolgd door Louis Van Hoye (Sidonie). Na het instorten van het eerste clubcafé (de Pipe), verhuisde Noord-Brabant naar de Vagant. Er waren nog maar een viertal leden overgebleven. Zo draaide de club twee jaar verder. Toen werd er opnieuw opnieuw een bal georganiseerd, dit maal in de Raadskelders, waar Noord-Brabant zonder al te veel kleerscheuren uit kwam. Ook werd er opnieuw contact opgenomen met oud-leden uit de periode 1920-71 en verhuisde men naar café Ad Fundum op de Oude Markt. Het jaar er na slaagde men erin zes schachten te werven en Koekoek te laten verkiezen tot praeses van de Brabantse Gilde. Het werd een schitterend jaar, maar dat had desastreuze financiële gevolgen. Noord-Brabant zat met een enorme schuld in de Ad Fundum en bij Peter Dirix (Kosmos). In 1996-97, onder Dirk Coelmont (Libido) en Jorgen Colsoul (Viper), werd de toestand er niet beter op (ook niet slechter eigenlijk). Viper voerde betalen op clubavonden in en schafte het poefen af. Intussen was het een traditie geworden dat de dies natalis op 30 april werd gevierd. Toen Kosmos in oktober '97 senior werd, maakte hij korte metten met de poef. Deze werd op ongeveer veertien dagen tot nihil gereduceerd. Schachtenmeester Voorpost bracht twee nieuwe schachten aan die ook al lid waren van andere Brabantse clubs. Kosmos en Libido werden verkozen in het SK-bestuur na een schitterende putch van het KVHV en de Brabantse Gilde op de herkiescantus in januari '98. Noord-Brabant hield zijn clubavonden nog altijd op dinsdag, maar de leden waren bijna dagelijks in groep op rolling. Op het einde van het academiejaar verhuisde Noord-Brabant naar de Confrater. Kosmos werd herkozen als praeses, terwijl hij ook vice-praeses van het Seniorenkonvent werd. Er werden drie schachten bij het KVHV geworven: Filip De Cauwer (Einbahn), Peter De Cauwer (Kol) en Kristof Dereeper (Toewt). D e clubavond werd in januari '99 naar maandag verplaatst. In mei 1999 werd Einbahn verkozen als nieuwe praeses en Noord-Brabant verkreeg twee bestuursfuncties in de Brabantse Gilde (quaestor en sportführer).

Het bestuur besloot een tweede poging te doen om het Witloofconvent (een meisjesafdeling) op te richten, nadat een eerste poging in 1997 mislukt was. Ook verhuisde Noord-Brabant opnieuw, dit maal naar Den Olifant, waardoor we terug samen met Ons Hageland in één café zaten. De Brabantse Gilde verhuisde intussen van de Ad Fundum naar de Vagant, vermits de Guy en Martine geen clubstudenten meer wilden zien. De kennismakingsavond van het Witloofconvent verliep goed: ze waren direct al met vijf. Viper werd op de openingscantus van de Brabantse Gilde tot cantor verkozen. Op de doopcantus trad senior Einbahn af; hij werd opgevolgd door zijn vice-praeses Toewt. Noord-Brabant draaide extreem goed: gemiddeld twee activeiten per week werden door een groot aantal mensen bijgewoond. Er kwam in de loop van het jaar nog één witloofke bij. Een Jack-Opavond in de Olifant lokte een vijftigtal mensen en voor het eerst in sinds de heroprichting was er geld in kas. Begin maart werd er een lustrumweek georganiseerd, met een receptie in Den Olifant, een cocktailavond in de Ambiorix en een dies natalis annex galacantus, ook in de Ambiorix. Er was een ongelooflijke ambiance en er werd nog meer winst gemaakt. De week erna verhuisden we naar de Vagant, zodat we na een scheiding van twee jaar terug samen met het KSC in één café zaten. De nieuwe statuten werden definitief goedgekeurd en de corpsnaam werd veranderd in Endivia, zodat KVHC Noord-Brabant terug enkel de naam van de jongensclub is. De naam Endivia werd officieel in de gildestatuten geschreven. Toewt werd herverkozen als corps- en clubpraeses. Na vier jaar mascotte geweest te zijn werd Evelien Caimo (Pasta) opgevolgd door Lien Loonbeek (Vespa). Elke Duchateau (Kurjeus) en Carolien Dirix (Strike) werden in het bestuur opgenomen, terwijl Kuikentje (de nieuwe clubnaam voor Einbahn), Kosmos, Pasta en Viper daar ook aanwezig bleven. Op de kiescantus van de Brabantse Gilde verkreeg Endivia drie bestuursfuncties: vice-praeses, ab-actis en zedenmeester. Vespa werd het eerste vrouwelijke bestuurslid van de gilde in tien jaar. Wilfried Weets (Vlam) verliet de club omdat hij het niet eens was met de oprichting van het Witloofconvent. Na de juni-examens organiseerde het Witloofconvent een spetterende cocktailavond in de Vagant. Het corps kwam de examens goed door, met uitzondering van senior Toewt, die uit Leuven verdween. Hij werd opgevolgd door Kuikentje. Tijdens de vakantie hadden Kosmos en Viper een corpsschild ontworpen. We waren natuurlijk ook voltallig aanwezig op Leuvens grootste cantus ooit, de beiaardcantus. De club werd vervoegd door Stefan Van de Weyer (Fanta), Tom Peeters (Virtu) en Petra Cuppens (Ace). Endivia organiseerde een Sinterklaas- en een Top 50-fuif in de Vagant en was een der actiefste Brabantse clubs. Bij de gildeverkiezingen haalde Endivia vier van de acht functies binnen. Na een rumoerig jaar besloot het algemeen convent uit de Vagant te vertrekken. Uiteindelijk werd op een prachtige zomerse barbecue op Rasta's kot de Ambiorix als nieuw clubcafé verkozen. Begin oktober 2001 volgde Fanta Kuikentje op, terwijl Vespa mascotte bleef. Het werd ook weer een actief jaar, met een fuif de week voor Kerstmis. Er werd een tweede en derde clubavond op woensdag en vrijdag. Endivia had een schachtin (Sissy), maar die werd niet ontgroend. Later op het jaar nam de aanwezigheid op activiteiten wel af. Op 9 mei werd Toewt als gildepraeses verkozen, terwijl Fanta en Virtu ook in het bestuur bleven. Het jaar erna kwam de club niet meer echt van de grond. Toewt werd aangeduid als senior en er werd een overdrachtscantus gehouden in de Peroket. Ook werd nog een laatste poging gedaan om schachten te werven door middel van een kennismakingsavond in de Ambiorix, maar dit leverde niets op. We besloten er op het einde van dat academiejaar mee te stoppen, vermits Fanta daarna nog de enige overblijvende student zou zijn en hij ook al praeses van het KSC was. We hielden nog een kerstfeestje in De Kansel, gevolgd door een avondje swingen in de Ambi. We waren ook van plan in schoonheid te eindigen. Daarom sloten we op 7 maart 2003 af met een dies natalis, bestaande uit een receptie, een diner in de Clijne Taefel en een galazwanenzangcantus in de Ambiorix, onder het toeziend oog van de senior seniorum en de gildepraeses. Ondanks het droeve moment, was het een geweldige cantus en een fantastische avond. Maar Endivia was niet meer...

Peter Dirix
senior Noord-Brabant 1997-98-99

De praeses van 1995-96 weigert in de annalen vernoemd te worden.


Deze pagina wordt onderhouden door Peter Dirix

Laatste wijziging : 9 maart 2003.