• Webstek van de LHC Plutonica
Home > Statuten

Statuten

GECOÖRDINEERDE STATUTEN VAN PLUTONICA

INLEIDING

1. Plutonica is een academisch corps te Leuven, dat openstaat voor personen van beide geslachten.

2. Plutonica is ingedeeld in conventen. Twee conventen behoren standaard tot de indeling van het corps, zijnde de Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (LHC Plutonica) en de Limburgse Oud-Hoogstudentenvereniging Plutonica (LOHV Plutonica). Het Algemeen Convent (AC) is de vergadering van alle leden van het Corps (zie artikel 69).

3. De kleuren van Plutonica zijn blauw, wit en groen. De hoofdkleur is blauw.

4. Het schild van Plutonica is zoals afgebeeld in bijlage 1.

5. De dies natalis van Plutonica is 20 oktober 1993.

6. De stichters van Plutonica zijn Michaël Goorts en Peter Dirix.

7. Plutonica als academisch corps wordt vanaf hier kort aangeduid als "het Corps".

8. Het Corps wordt geleid door de Hoge Raad (zie artikel 63).

9. De werking van Plutonica is ingedeeld in jaren, die overeenkomen met het academisch jaar van de KU Leuven. Wanneer er in deze statuten naar de term jaar gerefereerd wordt, gaat het dus over academische jaren.

10. Plutonica is een feitelijke vereniging met zetel te Leuven.

11. De officiële taal van Plutonica is het Nederlands. Alle communicatie met de leden van het Corps (afgezien van de typische Latijnse cantuscommando's) verloopt in deze taal.

BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN

12. Plutonica waakt erover als vereniging geen politieke, levensbeschouwelijke of religieuze standpunten in te nemen. De leden zullen er ook over waken dit niet namens het Corps te doen. Dit neemt niet weg dat iedereen binnen de club een eigen ideeëngoed mag hebben en dat ook verkondingen, zolang zij deze vrijheid van meningsuiting niet gebruiken om de club in een slecht daglicht stellen of strafbare feiten te plegen. De leden zullen erover waken hun mening te communiceren in een constructieve geest van vriendschap, broederlijkheid, eerbied en vertrouwen.

13. Plutonica is een stijlvolle vereniging, die de bevordering van onze rijke Vlaamse studententradities en daarmee verbonden cultuur hoog in het vaandel draagt. De leden gedragen zich dan ook met gepast respect t.o.v. elkaar, praeses, praesidium en andere studentenverenigingen en verspreiden waar mogelijk de studententradities en cultuur van het Corps. Plutonica zal ook waar mogelijk opkomen voor de academische cultuur in het Nederlands, de rijke Bourgondische culturele tradities en algemeen aanvaarde menselijke waarden. Plutonica keurt het gebruik van niet-defensief geweld ten zeerste af.

DE LIMBURGSE HOOGSTUDENTENCLUB PLUTONICA

14. De Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica is de studentikoze pijler binnen het Corps. Ze wordt vanaf hier kort omschreven als "de Club". Het predicaat "Limburgse Hoogstudentenclub" is als historisch te beschouwen en slaat op het feit dat de club oorspronkelijk werd opgericht als club van ex-LUC-studenten te Leuven.

15. De LHC Plutonica is opgericht op 20 oktober 1993.

A) BESTUUR

16. De dagelijkse leiding van de Club berust bij het Hoogpraesidium. Het Hoogpraesidium is onder andere, maar niet uitsluitend, verantwoordelijk voor de organisatie van clubavonden, cantussen, bals, rollingen, doop en ontgroening. Het Hoogpraesidium waakt ook over de financiën van het Corps en staat in principe in voor de werving van nieuwe leden.

17. Het Hoogpraesidium bestaat uit de functies praeses (voorzitter), de maior schachtorum (schachtenmeester), de ab-actis (secretaris) en de quaestor (penningmeester). Deze functies kunnen niet gecumuleerd worden, tenzij de club minder dan vier actieve leden zou tellen. Onder de maior schachtorum, de ab-actis en de quaestor worden een of twee vice-praesides (ondervoorzitters) benoemd. Eventueel kan het uitgebreid worden met een vice-praeses die zijn functie niet combineert met een van de andere functies in het Hoogpraesidium. In dat geval kan er geen tweede vice-praeses benoemd worden.

18. De praeses zit het Hoogpraesidium voor. Hij staat in voor de leiding van cantussen, clubavonden, bals, rollingen, uitstappen en alle andere activiteiten, tenzij anders vermeld in deze statuten. De praeses ontgroent de schachten. De praeses vertegenwoordigt de club bij andere verenigingen. Hij zal ervoor zorgen dat de club voldoende bekendheid in het Leuvense en Vlaamse studentenlandschap geniet.

19. De maior schachtorum staat in voor de opvang van nieuwe leden. Hij doopt de kandidaat-leden tot schachten. Hij coördineert de schachtenwerving. De doop bestaat uit een aantal opdrachten van ludieke aard. Het kandidaat-lid heeft het recht opdrachten te weigeren.

20. De ab-actis staat in voor de briefwisseling van de Club en het opmaken van de verslagen van vergaderingen. Hij zorgt ervoor dat alle leden van de Club en geïnteresseerde oud-leden, commilitones van andere studentenverenigingen en buitenstaanders op tijd uitgenodigd worden voor de voor hen openstaande activiteiten. Hij staat ook in voor de verschijning van het corpsblad 'Plutonicaantje', dat minstens drie maal per jaar moet verschijnen. Deze laatste taak kan eventueel gedelegeerd worden aan een scriptor (zie verder). De ab-actis is ook verantwoordelijk voor het archief van de club en de webstek. Voor het onderhoud van de webstek kan eventueel een magister reticularis (webmaster) aangeduid worden.

21. De quaestor beheert de corps- en clubkas. Hij brengt op regelmatige tijdstippen, vastgelegd door de praeses, verslag uit aan het Hoogpraesidium over de financiële situatie van het Corps. Corps en club hebben een gezamenlijke kas. De quaestor stelt initiatieven voor ter spijzing van de clubkas. Bij ongeoorloofde uitgaven boven de 25 € die zonder toestemming van het Hoogpraesidium gedaan zijn, is hij financieel aansprakelijk.

22. De vice-praeses vervangt de praeses wanneer deze niet aanwezig kan zijn. Een tweede vice-praeses kan benoemd worden indien er een voldoende aantal leden in een andere stad woont of studeert (zie ook artikel 17). Deze tweede vice-praeses kan dan de praeses daar vervangen op externe activiteiten. De rangorde van vervanging bij afwezigheid van de praeses is: (eerste) vice-praeses, tweede vice-praeses, ab-actis, quaestor, schachtenmeester, prosenior, oud-senioren.

23. Het Hoogpraesidium kan bijkomende praesidiumfuncties creëren. Deze bijkomende praesidiumfuncties vormen samen met het Hoogpraesidium het praesidium van de club.

24. Mogelijke praesidiumfuncties zijn cantor (voorzanger), praefectus morum (zedenmeester), vertor (cultuurverantwoordelijke), relationes publicae (externe betrekkingen), scriptor (hoofdredacteur van het Plutonicaantje), praetor (garde), magister reticularis (webmaster) en kapittelheer (magister capituli; zie artikels 27 en 39). Praesidiumfuncties kunnen gecumuleerd worden.

25. Indien er geen cantor en praefectus morum benoemd zijn voor een jaar, dan duidt de praeses bij elke cantus personen aan die deze functie tijdens die avond vervullen.

26. Indien er geen vertor, relationes publicae, scriptor en praetor zijn, worden de taken die bij deze functies horen, door het Hoogpraesidium uitgevoerd.

27. Er wordt altijd een kapittelheer bij de Academische Orde van Bourgondië benoemd (zie artikel 41). Deze functie kan gecombineerd worden met een functie in het Hoogpraesidium.

28. Het Hoogpraesidium kan tijdelijke werkgroepen oprichten om een specifieke taak uit te voeren, zoals bv. een lustrumviering of schachtenwerving.

29. Aan het begin van elk werkingsjaar wordt er een nieuw Praesidium voorgesteld door het Hoogpraesidium, waarbij de leden van Hoogpraesidium en Praesidium onbeperkt herkiesbaar zijn. De Hoge Raad, samengesteld uit de Raad der Wijzen en het aftredende Hoogpraesidium, beslist met een tweederdemeerderheid over het voorstel. Minstens de helft van de leden van de Hoge Raad, waaronder de Corpspraeses, dienen hun stem te hebben uitgebracht. De praeses benoemt en ontslaat formeel het praesidium.

30. Indien een lid van het Hoogpraesidium ontslag neemt, duidt de praeses binnen de week een vervanger aan. Deze keuze wordt voorgelegd aan de Hoge Raad met dezelfde modaliteiten als de aanduiding van een nieuw Hoogpraesidium. Indien de praeses ontslagneemt, neemt de vice-praeses tijdelijk zijn functies over. Binnen de week beslist de Hoge Raad dan over een nieuw Hoogpraesidium.

31. De praeses heeft het recht om een praesidiumlid wegens zwaarwichtige redenen te ontslaan. Hieronder moet verstaan worden: het niet naar behoren uitoefenen van zijn functie, herhaaldelijke ongeoorloofde afwezigheid op clubactiviteiten, het doelbewust boycotten van de interne werking, flagrant wangedrag tegen leden van Plutonica of bevriende studentenverenigingen of in de kleuren van de club. Het praesidiumlid krijgt de kans zich te verdedigen. De praeses kan best eerst een vermaning uitspreken en pas indien het ongeoorloofde gedrag zich herhaalt, overgaan tot ontslag.

32. Elk praesidiumlid verbindt zich ertoe zijn taak naar behoren en best vermogen ter harte te nemen. Dit houdt, in de mate van het mogelijke, in: regelmatig aanwezig zijn op clubavonden, praesidiumvergaderingen en door Plutonica (en bevriende verenigingen) georganiseerde activiteiten. Praesidiumleden zijn verplicht aanwezig op die activiteiten waar ze een specifieke taak moeten vervullen (d.w.z. de schachtenmeester op de cantus, de quaestor op fuiven, cocktailavonden en bals), tenzij er een gegronde reden voor hun afwezigheid bestaat.

B) CANTUSSEN

33. Cantussen (clubavonden volgens de KVHV-clubcodex) vormen een belangrijk onderdeel van de werking van Plutonica. De praeses en de leden zullen erover waken dat deze stijlvol verlopen.

34. Als "Comment" (commandoregels) op de cantus wordt de KVHV-clubcodex, editie 1993 gebruikt. In bijlage 6 zijn er een aantal specifieke aanvullingen opgenomen.

35. De praeses zal ervoor zorgen dat minstens eenmaal per jaar een modelclubavond georganiseerd wordt.

36. Leden van de club hebben het recht om met elkaar zipfels of andere attributen uit te wisselen op cantussen. Ze melden dit op voorhand aan de praeses. Deze kan niet weigeren, maar legt wel het precieze tijdstip vast of kan de plechtigheid uitstellen tot een volgende cantus. De plechtigheid kan niet langer dan drie maanden uitgesteld worden.

37. Het clublied van de LHC Plutonica wordt gegeven in bijlage 2. Het Hoogpraesidium kan het clublied wijzigen met een unanieme stemming. In dat geval wordt de wijziging niet als een aanpassing van de statuten gezien. Alle leden worden geacht het clublied, evenals de nationale liederen (Vlaamse Leeuw, Wilhelmus - strofen 1 en 6, Die Stem van Suid-Afrika), het Io Vivat en het Limburgse Gildelied, van buiten te kennen.

C) ACADEMISCHE ORDE VAN BOURGONDIË

38. De LHC Plutonica is lid en medeoprichter van de Hoge en Soevereine Academische Orde van Bourgondië, vanaf hier kort "de Orde" genoemd.

39. Leden van Plutonica hebben het recht van een Ordelint te dragen. Het verdient aanbeveling dat zij dit zoveel mogelijk doen op activiteiten van andere lid-verenigingen van de Orde.

40. Leden van andere lid-verenigingen van de Orde hebben een continue uitnodiging tot alle clubactiviteiten, tenzij het Hoogpraesidium een gemotiveerd besluit neemt om een activiteit tot interne activiteit te verklaren. Vergaderingen van het Algemeen Convent zijn echter altijd beperkt tot leden van het Corps.

41. De kapittelheer vertegenwoordigt de Club bij de Orde. In principe overlegt hij met het Hoogpraesidium over het standpunt van de Club. Hij legt Ordekwesties aan het Hoogpraesidium ter stemming voor.

42. Alle artikels met betrekking tot de Orde zijn van toepassing zolang Plutonica lid is van de Orde en de Orde niet ontbonden is. Plutonica kan de Orde verlaten door een stemming waarbij tweederden van de Hoge Raad zijn goedkeuring hieraan geeft.

D) LEDEN EN KLEUREN

43. De leden en oud-leden van de Club en enkel zij hebben het recht de clubkleuren en clubattributen te dragen. Voor het gebruik van de termen schachten, ouderejaars en commilitones verwijzen we naar de Clubcodex.

44. De praeses draagt een praeseslint (zie Clubcodex, editie 1993, artikels 102-104). Oud-praesides hebben het recht een praeseslint met jaartallen te dragen (zie Clubcodex, editie 1993, artikel 105).

45. Alle commilitones, ook de praeses, dragen een clublint (zie Clubcodex, editie 1993, artikels 106-111). Schachten dragen dit lint over de linkerschouder, ouderejaars over de rechterschouder. De maior schachtorum draagt gekruiste linten over beide schouders, indien hij in functie (i.e. in aanwezigheid van Plutonica-schachten of schachten van andere verenigingen die op dat moment onder zijn commando vallen) is.

46. Ouderejaars van de Club dragen het clubpetje (zie Clubcodex, editie 1993, artikels 113-117).

47. Het Hoogpraesidium kan leden van andere verenigingen die lid zijn van de Academische Orde van Bourgondië verzoeken lid te worden onder het statuut van commilito extra muros. Commilitones extra muros moeten geen schachtentijd doorlopen en worden onmiddellijk ontgroend. Commilitones extra muros hebben dezelfde rechten en plichten als gewone commilitones.

48. Het Hoogpraesidium kan besluiten het statuut van commilito honoris causa te verlenen aan personen die zich bijzonder verdienstelijk gemaakt hebben voor de Club, het Corps, het Vlaamse studentenleven en het academisch leven in het algemeen. Commilitones honoris causa hebben het recht een clublint en bierpetje met eikenloof te dragen. Commilitones honoris causa waren voor deze benoeming geen lid van de Club. Een statuut van commilito honoris causa is in principe voor het leven, tenzij deze benoeming ingetrokken wordt door een beslissing van de Hoge Raad.

49. Het Hoogpraesidium kan besluiten een erepraeses aan te duiden. De termijn van een erepraesesschap valt samen met de termijn van het Hoogpraesidium, maar kan verlengd worden door een nieuw Hoogpraesidium. Het erepraesesschap kan enkel uitgereikt worden aan een ouderejaars of oud-lid die zich bijzonder verdienstelijk gemaakt heeft voor de club. De erepraeses heeft het recht een erepraeseslint (zie Clubcodex, editie 1993, artikel 105) en een clubpetje met eikenloof te dragen.

50. Het Hoogpraesidium kan nieuwe leden voordragen aan de Hoge Raad (zie artikel 66)

51. Nadat een lid aanvaard is door de Hoge Raad (zie artikel 66), staat de Club in voor zijn opname binnen het corps. Het Hoogpraesidium stelt de datum van doop en ontgroening vast en bepaalt ook de modaliteiten waaronder deze gebeuren. De maior schachtorum doopt de kandidaat-leden. De praeses ontgroent de schachten. In principe moeten personen die nog niet bij een andere studentenvereniging gedoopt zijn, minstens een semester schacht zijn; eerstejaars kunnen niet voor het derde trimester ontgroend worden. Het Hoogpraesidium kan hier indien er goede redenen zijn om deze periode in te korten, bij uitzondering van afwijken. Het definitief weigeren van een ontgroening leidt tot uitsluiting uit de Club en het Corps en moet aan de Hoge Raad worden voorgelegd.

52. Een corpslid is actief lid van de Club indien het zijn lidgeld, waarvan het bedrag vastgesteld wordt door het Hoogpraesidium, betaalt binnen de periode vastgelegd door de quaestor en indien in de voorgaande twaalf maanden minstens tweemaal aanwezig geweest is op een clubactiviteit. In het Praesidium kunnen enkel actieve leden zetelen. Een inactief lid wordt automatisch lid van de LOHV Plutonica (zie artikel 56).

53. Elk lid van de Club krijgt bij zijn doop een clubnaam toegewezen. Personen die zonder doop onmiddellijk ontgroend worden, krijgen hun clubnaam bij de ontgroening. Het is aangewezen een eventuele clubnaam die personen al in een andere studentenvereniging gekregen hebben, te behouden, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen, zoals bv. het feit dat de naam binnen Plutonica al aan iemand anders toegekend is.

54. Elk lid van de Club kiest onder de ouderejaars en actieve oud-leden een peter of meter voor zijn schachtentijd. Na de ontgroening blijft de peter/meter biervader of -moeder van het ontgroende lid. In principe worden zipfels eerst uitgewisseld tussen biervader/-moeder en bierzoon/-dochter.

DE LIMBURGSE OUD-HOOGSTUDENTENVERENIGING PLUTONICA

55. De Limburgse Oud-Hoogstudentenvereniging Plutonica is de pijler voor oud-leden van het Corps. Ze wordt vanaf hier kort omschreven als "de Vereniging". De LOHV Plutonica is opgericht op 2 juli 1999. Het predicaat "Limburgse Oud-Hoogstudentenvereniging" is als historisch te beschouwen.

56. Alle inactieve commilitones van de LHC Plutonica worden automatisch lid van de LOHV Plutonica, tenzij ze schriftelijk verzaken aan dit recht. Indien de Club geen actieve leden meer telt, kan de Raad der Wijzen besluiten (in uitzondering op artikel 43) de kleuren te verlenen aan een afgestudeerde oud-student die een vaste gast is op de activiteiten van de Vereniging.

57. De LOHV Plutonica wordt bestuurd door de Raad der Wijzen.

58. De Raad der Wijzen is de vergadering van de oud-praesides van de LHC Plutonica en de huidige praeses van de LHC Plutonica. De Raad der Wijzen beslist bij voorkeur in unanimiteit. Indien dit niet mogelijk is, neemt de Raad der Wijzen moties aan met een tweederdemeerderheid.

59. De Raad der Wijzen wordt voorgezeten door een deken, die bijgestaan wordt door twee meesters. De Hoge Raad duidt de deken en de meesters aan op hetzelfde moment dat er een nieuw bestuur wordt aangeduid. De aanduiding gebeurt op voordracht van de Raad der Wijzen door de Hoge Raad met een tweederdemeerderheid.

60. Indien er geen actieve leden meer zijn in de Club, heeft de deken het recht het praeseslint te dragen en neemt hij de functies van de Corpspraeses en kapittelheer over. De meesters van de Raad der Wijzen nemen de functie van secretaris en penningmeester van het Corps waar. In dat geval staat de Raad der Wijzen in voor het organiseren van minstens twee activiteiten per jaar, het onderhoud van de webstek en het minstens eenmaal per jaar laten verschijnen van het clubblad "Plutonicaantje".

61. De Raad der Wijzen houdt toezicht op de werking van de Club. Dit toezicht gebeurt vooral via de werking van de Hoge Raad.

62. De leden van de LOHV Plutonica worden verzocht waar mogelijk financieel en organisatorisch bij te springen bij de werking van Club en Corps.

CORPSBESTUUR

63. Het Corps wordt bestuurd door de Hoge Raad. De Hoge Raad wordt gevormd door de leden van het hoogpraesidium, de deken en meesters van de Raad der Wijzen en de voorzitters van de bijzondere conventen. Elk lid van de Hoge Raad heeft slechts één stem, ook als hij of zij er in verschillende hoedanigheden meermaals lid van is.

64. De praeses van de Club is statutair ook Corpspraeses en zit in die hoedanigheid de Hoge Raad voor. In het geval van staking der stemmen heeft hij de doorslaggevende stem.

65. De Hoge Raad is bevoegd voor het aanvaarden en uitsluiten van leden (artikels 66 en 67), statutenwijzigingen (artikel 86), het aanvaarden en ontbinden van conventen (artikels 78 en 85) en beroepsprocedures tegen beslissingen van het Hoogpraesidium of de Raad der Wijzen.

66. De Hoge Raad beslist over de aanvaarding van nieuwe leden. De leden van het Hoogpraesidium of de Raad der Wijzen kunnen aan de Hoge Raad voorstellen een bepaald lid in het corps op te nemen. Dit kan gebeuren nadat dit kandidaat-lid aangezocht is door een lid van het Hoogpraesidium of nadat een lid van het Corps of de betreffende persoon een aanvraag tot lidmaatschap heeft gesteld bij het Hoogpraesidium. De beslissing hierover gebeurt ten laatste twee weken na het voorstel. Bij voorkeur gebeurt dit met een unanieme beslissing. In geval de beslissing niet unaniem is, is er minimaal een tweederdemeerderheid nodig, waarbij de helft van de leden, waaronder de Corpspraeses, mee moeten gestemd hebben. In dat geval kan de Hoge Raad bij gewone meerderheid besluiten aan het kandidaat-lid een evaluatieperiode op te leggen, die echter niet langer mag zijn dan drie maanden. Voor dat deze evaluatieperiode afgelopen is, kan de Club het kandidaat-lid niet ontgroenen. Bij voorkeur zal de doop ook niet plaatsvinden tijdens de evaluatieperiode.

67. De Hoge Raad beslist over tuchtmaatregelen tegen de leden. Er zijn drie maatregelen mogelijk: een berisping, een tijdelijke schorsing en de definitieve uitsluiting. In elk van deze gevallen heeft het geviseerde lid het recht zich te verdedigen en eventueel een ander lid van de club als zijn advocaat aan te duiden. Tuchtmaatregelen worden in principe enkel uitgesproken in geval van:
   a) gebruik van fysiek of emotioneel geweld tegen Corpsleden of leden van bevriende studentenverenigingen
   b) schending van artikels 12 en 13 van deze statuten
   c) het beschadigen van eigendommen van andere leden en derden in het algemeen
Voor het opleggen van een der tuchtmaatregelen is er minimaal een tweedederdemeerderheid nodig, waarbij de helft van de leden, waaronder de Corpspraeses, mee moeten gestemd hebben. In deze stemming kan er enkel voor of tegen de motie gestemd worden, onthoudingen en ongeldige stemmen worden als stemmen tegen de motie gezien. Een berisping kan door de Corpspraeses onder vier ogen, op een bestuursvergadering of in het openbaar worden uitgesproken, naargelang de zwaarte van het vergrijp. In geval van een tijdelijke schorsing of een definitieve uitsluiting kan het geviseerde lid in beroep gaan bij het Algemeen Convent (zie artikel 74). Bij een tijdelijke schorsing wordt dit verdict publiek uitgesproken door de praeses. Het uitgesloten lid mag gedurende die periode niet deelnemen aan clubactiviteiten en verliest zijn rechten als commilito (dragen van kleuren, deelname aan activiteiten van bevriende verenigingen, ...). De schorsing geldt voor de termijn van minimaal één week en maximaal drie maanden. Een praesidiumlid dat geschorst wordt, verliest automatisch zijn functie en kan in het lopende academiejaar ook geen nieuwe praesidiumfunctie meer opnemen. Bij de uitsluiting van een lid wordt dit verdict publiek uitgesproken door de praeses. Een uitgesloten lid is verplicht zijn clubpetje en -lint, evenals alle eventuele andere Plutonica-kentekenen in te leveren. De Hoge Raad kan ook beslissen om de desbetreffende persoon definitief uit te sluiten van alle toekomstige activiteiten. Eventueel schade, waarvan aangetoond werd dat ze werd aangericht door een clublid of een ex-clublid tijdens zijn lidmaatschap, zal terstond en onvoorwaardelijk worden vergoed door de persoon in kwestie aan de schadelijdende.

68. De Hoge Raad kan beslissen om personen of andere studentenverenigingen tijdelijk of definitief de toegang tot Plutonica-activiteiten te ontzeggen (Corpsverbod).

ALGEMEEN CONVENT

69. Het Algemeen Convent is de vergadering van alle leden van het Corps. Het Algemeen Convent kan samengeroepen worden op vraag van minstens drie leden of door een beslissing van de Corpspraeses, het Hoogpraesidium, de Raad der Wijzen of de Hoge Raad. Het Algemeen Convent kan ook samengeroepen worden door een lid dat in beroep wenst te gaan tegen een tijdelijke schorsing of definitieve uitsluiting.

70. Bij het Algemeen Convent kunnen de leden in beroep gaan tegen beslissingen van de Hoge Raad i.v.m. de aanstelling van een nieuw Praesidium en het aanvaarden of uitsluiten van de leden.

71. In geval van een beroepsprocedure bij het Algemeen Convent moeten de Corpsleden minimaal acht dagen voor de vergadering een verslag van gebeurtenissen en de tekst van de motie krijgen. Het Algemeen Convent zal niet later dan veertien dagen na het inzetten van de beroepsprocedure samenkomen. De beroepsprocedure kan tot maximaal één week na de uitspraak van de Hoge Raad ingezet worden. Tijdens de beroepsprocedure blijft de geschorste of uitgesloten persoon lid van de vereniging, maar is hij niet gerechtigd de kleuren te dragen of de club naar buiten toe te vertegenwoordigen. Praesidiumleden worden in dit geval tijdelijk geschorst. Corpsleden zijn gerechtigd elektronisch of per brief te stemmen. Voor de aanvaarding een motie bij het Algemeen Convent is een tweedederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig.

72. Het Algemeen Convent wordt voorgezeten door de Corpspraeses.

73. Indien er bij het Algemeen Convent in beroep gegaan wordt tegen de aanvaarding van een nieuw lid, dient er een motie tot aanvaarding van het nieuwe lid gestemd te worden.

74. Indien er bij het Algemeen Convent in beroep gegaan wordt tegen de uitsluiting van een lid, dient er een motie tot behoud van het lid gestemd te worden. Hierbij krijgt het geviseerde lid de mogelijkheid zich te verdedigen. Het geviseerde lid heeft stemrecht.

75. Het Algemeen Convent kan een lid van het Hoogpraesidium afzetten door een motie tot wraking. Het geviseerde lid heeft stemrecht en het recht zich te verdedigen. In geval dat het geviseerde lid de Corpspraeses is, zal de (eerste) vice-praeses van de Club de vergadering voorzitten. Indien de praeses wordt afgezet, zal hij tijdelijk het praesesschap waarnemen, totdat de Raad der Wijzen en de overblijvende leden van het Hoogpraesidium een nieuwe praeses hebben aangeduid. Indien het geviseerde lid niet de praeses is, heeft de praeses een week de tijd om iemand nieuw te benoemen op de vacante functie.

76. Het Algemeen Convent kan te allen tijde niet-bindende moties aannemen over om het even welk onderwerp.

CONVENTEN

77. Het Corps telt drie basisconventen, nl. de Club, de Vereniging en het Algemeen Convent. Deze kunnen niet ontbonden worden en moeten ook niet voldoen aan artikels 79 en 80.

78. De Hoge Raad kan bijzondere conventen die door leden worden opgericht, erkennen als onderdeel van de corpsstructuur. Hiervoor is er een tweedederdemeerderheid nodig in de Hoge Raad, waarbij minstens de helft van de leden, waaronder de Corpssenior, zijn stem uitbrengt. De bijzondere conventen kunnen enkel erkend worden als zij voldoen aan de artikels 79 en 80. Een nieuw erkend convent wordt in Bijlage 4 van de statuten bijgeschreven, maar het betreft hier geen statutenwijziging. De Hoge Raad zal erop toezien dat het aantal conventen in een redelijke verhouding blijft ten opzichte van het aantal leden van het Corps en zal er dus over waken dat er geen overdreven aantal nieuwe conventen wordt erkend.

79. Een actief bijzonder convent bestaat minstens uit drie Corpsleden en organiseert minstens één activiteit per jaar voor het hele Corps. Een bijzonder convent heeft minimaal één doelstelling.

80. Elk bijzonder convent heeft een bestuur, minstens bestaande uit een voorzitter. De voorzitter vertegenwoordigt het convent bij het Corps en zetelt in die hoedanigheid in de Hoge Raad. Een bijzonder convent regelt zijn interne werking door een eigen statuut dat ingediend wordt bij de Hoge Raad.

81. Een bijzonder convent kan gasten uitnodigen op zijn activiteiten. Een bijzonder convent kan gemotiveerde buitenstaanders als lid van het convent aanvaarden, met dien verstande dat zij niet de functie van conventsvoorzitter kunnen vervullen. Zij worden wel aanzien als leden van het Corps, maar niet van de Club of Vereniging. Zij maken geen deel uit van het Algemeen Convent en hebben derhalve ook geen stemrecht. Zij hebben wel het recht aanwezig te zijn op de vergaderingen van het Algemeen Convent.

82. Indien een convent niet meer aan de voorwaarden van artikels 79 en 80 voldoet, verklaart de Hoge Raad het convent inactief.

83. Conventen waken erover naar buiten toe geen politieke, levensbeschouwelijke of religieuze positie in te nemen.

84. De Hoge Raad beslist met een tweederdemeerderheid over de aanvaarding van een convent. Hierbij moeten de helft van de leden ervan, waaronder de Corpspraeses, meestemmen.

85. De Hoge Raad beslist over de ontbinding van conventen. De Hoge Raad kan met een gewone meerderheid een inactief convent ontbinden. De Hoge Raad beslist met een tweederdemeerderheid over de ontbinding van een actief convent (zie ook artikel 77). Hierbij moeten de helft van de leden ervan, waaronder de Corpspraeses, meestemmen. Conventen kunnen enkel ontbonden worden door schending van artikels 12, 13 en 83.

STATUTENWIJZIGINGEN

86. De corpsstatuten kunnen enkel gewijzigd worden door een unanieme beslissing van de Hoge Raad. Alle leden van de Hoge Raad moeten een versie van de statuten krijgen, minimaal een week voor de datum waarop de beslissing zal vallen. Om geldig te kunnen stemmen, moet minstens twee derden van de leden van de Hoge Raad meestemmen, waaronder de Corpspraeses. Een naamsverandering van het Corps, de Club en de Vereniging worden als een statutenwijziging beschouwd. De Hoge Raad zal er over waken niet nodeloos statutenwijzigingen door te voeren.

87. Deze statuten vervangen alle voorgaande statuten van de LHC Plutonica, het oprichtingscharter van de LOHV Plutonica en de Beginselverklaring van Plutonica. Ze worden van kracht vanaf 4 juli 2003.

Goedgekeurd te Leuven, op 4 juli 2003

Door

   Jorgen Colsoul, praeses 1995-96 en 2001-03
   Peter Dirix, praeses 1993-95, 1996-97 en 1998-99, vice-praeses en ab-actis 2002-03
   Wouter van den Meersch, praeses 1997-98 en 1999-01
   Jan Schenkel, gecoöpteerd lid van de Raad der Wijzen
   Barbra Roggeman, quaestor 2001-03

Geamendeerd te Leuven, op 22 september 2006

Door

   Peter Dirix, praeses 1993-95, 1996-97 en 1998-99, namens de Raad der Wijzen
   Jeroen Van Hoof, praeses 2006-07, namens het hoogpraesidium

BIJLAGE 1: SCHILD

BIJLAGE 2: CLUBLIED

BIJLAGE 3: LIJST DER LEDEN VAN DE RAAD DER WIJZEN

Leden ex officio:

Peter Dirix (sinds 27/09/1999)
Jorgen Colsoul (sinds 27/09/1999)
Wouter van den Meersch (sinds 27/09/1999)
Steven Janssen (sinds 04/07/2003)
Stijn Conings (sinds 14/05/2004)
Tom Peeters (sinds 22/07/2005)
Jeroen Van Hoof (sinds 24/05/2006)
Philip Kurstjens (sinds 06/07/2007)
Kristof Dereeper (sinds 03/07/2009)
Tom Renders (sinds 11/05/2011)
Dana Maes (sinds 09/05/2013)
Robin De Roover (sinds 14/05/2014)
Steven Coesemans (sinds 19/05/2015)

Gecoöpteerde leden:

Jan Schenkel v. Bastos (van 07/01/2000 tot 06/07/2007)

BIJLAGE 4: LIJST DER AANVAARDE CONVENTEN

1. Suid-Afrikaans Konvent Springbok te Leuven
    Stichting: 07/03/2003
    Aanvaarding: 04/07/2003
    Doelstelling: bevordering van de interculturele betrekkingen tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika
    Oprichtende leden: Toewt, Chaos en Kosmos
[op 25 september 2006 opgegaan in de Academia Plutonicana en het Convent voor Brood en Spelen]

2. Convent voor Brood en Spelen
    Stichting: 11/12/2003
    Aanvaarding: 12/03/2004
    Doelstelling: organisatie van gastronomische avonden en niet-culturele uitstappen
    Oprichtende leden: Chaos, Toewt en Vespa
[tot 25 september 2006 bekend onder de naam Wijnconvent Groot Genoegen]
[op 1 januari 2012 opgegaan in de Limburgse Oud-Hoogstudentenvereniging Plutonica]

3. Modelclubconvent Cantilena Potatoria
    Stichting: 17/01/2004
    Aanvaarding: 12/03/2004
    Doelstelling: organisatie van interne en externe modelclubavonden
    Oprichtende leden: Kosmos, Chaos en Virtu
[op 25 september 2006 opgegaan in de Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica]

4. Academia Plutonicana
    Stichting: 20/07/2005
    Aanvaarding: 04/10/2005
    Doelstelling: bevordering van het academisch leven in het algemeen
    en de bestudering van het traditionele studentenleven in het bijzonder
    Oprichtende leden: Kosmos, Virtu en Artois

BIJLAGE 5: PRAESIDIUMBESLUITEN DIE NOG IN VOEGE ZIJN

1. Waar vier Plutonicanen samen zijn, is er clubavond. Het hoogste praesidiumlid in functie neemt het commando waar. Indien er geen praesidiumleden aanwezig zijn, de persoon met de oudste anciënniteit in de club of de oudst aanwezende (in deze volgorde). [gewijzigd 22 maart 2003]

2. Indien een groep Plutonicanen de club naar buiten toe vertegenwoordigt in kleuren, wordt dit beschouwd als een clubavond. [praesidiumbesluit 12 oktober 1995]

3. De praeses, of bij zijn ontstentenis de vice-praeses, kunnen ten alle tijde clubavond afkondigen. [praesidiumbesluit 12 oktober 1995]

4-6. Interne artikels (leden kunnen deze op papier krijgen).

7. Het is verboden clublinten van Plutonica te combineren met die van KAV Lovania. Het valt ten zeerste aan te bevelen linten van Plutonica te dragen op activiteiten van Vlaamse clubs. [praesidiumbesluit 18 december 1997]

8. De senior beslist voor wie een Io Vivat gezongen wordt op de cantus. De corona begint pas te zingen op commando van de senior. [praesidiumbesluit 4 juli 2003]

9. Klink heeft Corpsverbod. [praesidiumbesluit 8 oktober 2003]

BIJLAGE 6: AANVULLINGEN CANTUSCOMMENT

1. De cantus start bij het binnenkomen van de praeses onder het zingen van het Io Vivat. De vice-praeses geeft het commando tot rechtstaan en zingen aan de corona. De schachtenmeester coördineert het opzetten van de zaal.

2. De cantus wordt ingezet met clublied en het Gaudeamus Igitur of Honderd Semesters.

3. Plutonica werkt met silentium, colloquium en tempus commune.

4. De senior drinkt de corona toe na elk liedje.

5. Op elke Plutonicacantus is er minimaal één estafette en één rondgezang.

6. Er worden voldoende minder bekende liedjes uitgekozen. De cantor leert elke cantus minstens één minder bekend liedje aan.

7. Schachten worden gedoopt en ontgroend volgens de Clubcodex.

8. Op elke cantus worden Leuvens Schoonheid en het Limburgs Gildelied gezongen.

9. In de mate van het mogelijke worden de clubliederen van de gasten gezongen.

10. De senior past de straf aan aan de drinkcapaciteiten van de geviseerde persoon.

11. De cantus eindigt met een plechtig gedeelte. De laatste drie liederen zijn het Wilhelmus (strofen 1 en 6), Vlaamse Leeuw (minimum 2 strofen) en de Oude Rolderklacht. Daarna zegt de praeses Club ex! en verlaat de zaal onder het zingen van het Io Vivat. De schachtenmeester coördineert het opruimen van de zaal.

BIJLAGE 7: LIJST VAN DE DEKENS VAN DE RAAD DER WIJZEN

01/10/1999 tot 26/01/2000: Lesbos
27/01/2000 tot 26/05/2000: Kosmos
27/05/2000 tot 26/09/2000: Chaos
27/09/2000 tot 26/01/2001: Bastos
27/01/2001 tot 26/05/2001: Lesbos
27/05/2001 tot 26/09/2001: Kosmos
27/09/2001 tot 26/01/2002: Chaos
27/01/2002 tot 26/05/2002: Bastos
27/05/2002 tot 26/09/2002: Lesbos
27/09/2002 tot 26/01/2003: Kosmos
27/01/2003 tot 26/05/2003: Chaos
27/05/2003 tot 21/09/2003: Bastos
22/09/2003 tot 26/09/2004: Lesbos
27/09/2004 tot 25/09/2005: Kosmos
26/09/2005 tot 24/09/2006: Chaos
vanaf 25/09/2006: Kosmos

Oudere versies van de statuten:

Statuten Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (20 oktober 1993)
Statuten Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (28 januari 1994)
Statuten Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (22 november 1994)
Statuten Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (12 oktober 1995)
Beginselverklaring van de Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (12 oktober 1995)
Statuten Limburgse Hoogstudentenclub Plutonica (17 april 1997)
Oprichtingsakte Academische Orde van Bourgondië (23 april 1998)
Oprichtingscharter van de Limburgse Oud-Studentenvereniging Plutonica (2 juli 1999)
Statuten van Plutonica – Academisch Corps te Leuven (4 juli 2003)